30 april 2013: van Ponte de Lima naar Rubiaes

De schade aan de voeten, opgelopen in de afgelopen dagen, is aanzienlijk. Daarom werd er vanmorgen, voor het vertrek, extra aandacht geschonken aan de voetverzorging. Een etappe van ruim 18 kilometer mocht geen probleem zijn.

Het scheelde niet veel of er waren zo maar ettelijke kilometers bij gekomen. Bij het verlaten van Ponte de Lima wisten we van onze kaart dat we de brug over de Lima (what’s in a name!) moesten nemen. Wat we ons echter niet meteen realiseerden is dat de indrukwekkende moderne brug, die nu al het verkeer van en naar Ponte de Lima verwerkt, ten tijde van de oorsprong van de Camino Portugués nog niet bestond. Achterdochtig geworden door het ontbreken van gele pijlen hebben we toch maar eens geïnformeerd of we op het goede traject zaten. Niet dus, ruim een kilometer stroomopwaarts ligt de middeleeuwse brug waaraan het stadje zijn naam dankt.

de ‘oude’ brug over de Lima

Vandaag kwam ik er, meer nog dan in de voorgaande dagen, achter dat ik de Portugese route qua moeilijkheid onderschat heb. Het hoogste punt ligt inderdaad slechts op 400 meer, maar de hoogteverschillen zijn frequent en daardoor moest er regelmatig geklommen en gedaald worden. Wie regelmatig wandelt weet dat dalen minstens zo belastend is als klimmen, en al raak je er niet uitgeput van, de belasting voor gewrichten en spieren is groot.

er moest vandaag geklommen worden ….

We moesten heden, over een afstand van drie kilometer, een hoogteverschil van 300 meter overwinnen. De snelle rekenaar weet dan dat het over een stijgingspercentage van gemiddeld 10 % gaat. Aangezien er ook min of meer vlakke stukken waren, moesten er ook steilere delen inzitten om aan het genoemde gemiddelde te komen. En die steile stukken die waren er, naar het eind toe meer dan ons lief was. Van een pad was nauwelijks sprake. Een grote rotspartij met scherpe blokken waarbij je voortdurend naar beneden moest kijken om te beoordelen waar, bij de volgende stap, je je voet zou neerzetten. We waren dan ook een beetje trots op onszelf toen we de top bereikten en aan de afdaling naar Rubiaes  konden beginnen.

…. en geklommen worden

In Rubiaes overnachtten we in de plaatselijke  ’Albergue Scola’, een omgebouwde school zoals de naam al laat vermoeden. Het is er netjes, maar de voorzieningen zijn beperkt. Bovendien ligt de albergue op ruim 1 kilometer van het dichtsbijzijnde restaurant en de dichtsbijzijnde winkel.

albergue Scola in Rubiaes

Ook in deze etappe viel er weer te genieten van het vele mooie dat de natuur te bieden heeft. Liepen we gisteren nog veelal in de vallei met uitzicht op de heuvelruggen, vandaag kregen we de uitgestrekte bebossing van hoofdzakelijk eucalyptus, met varens en bloeiende brem als onderbegroeiing, van nabij te zien.

enige associatie met Cruz de Ferro dringt zich op

In de aanloop naar de Alto de Portela Grande, nog vóór de rotsige paden begonnen, liepen we langs kaarsrechte, ongelooflijk steile kasseiweggetjes omhoog. Her en der verspreid lagen oude huisjes met aanpalende, goed onderhouden stukken grond, waar de plaatelijke bevolking, bijna uitsluitend bejaarden, de grond bewerkte. Het waren geen volkstuintjes waarbij het tijdverdrijf een minstens even belangrijk motief vormt als de opbrengst.

een heuse ossenkar

In een verslag over de camino mag een hoofdstukje ‘honden langs de camino’ niet ontbreken. In zijn gids spreekt John Brierley over ‘a lot of noisy dogs’ en dat is niet overdreven. Loslopende honden hebben we tot op vandaag nog niet ontmoet. Vastgeketende honden des te meer! Bij nagenoeg elke woning tref je 1 of 2 honden aan, die aan de ketting liggen of opgesloten zitten in een kennel. Bij elke passant gaan ze luidruchtig en irritant blaffen. Je komt op deze manier ook te weten of er iemand (buiten gezichtsafstand) voor je loopt of je op relatief korte afstand volgt. Wellicht zal de verveling het blafgedrag in de hand werken. Ik vind het moeilijk te begrijpen waarom mensen een hond als huisdier willen en hem vervolgens aan de ketting leggen.