2 mei 2014: van Gréalou naar St-Jean-de-Laur.

Afgelopen nacht viel de regen met bakken uit de hemel. We waren al voorbereid op een natte start, maar als bij wonder stopte het met regenen toen we klaar waren met het ontbijt. Behalve af en toe wat miezeren, hielden we het voor de rest van de dag droog.
Onmiddellijk na het verlaten van Gréalou stapten we het ‘Parc naturel régional des Causses du Quercy’ binnen. Na een viertal kilometers arriveerden we bij de dolmen de Verdier. Uiteraard hebben we even halt gehouden bij dit megalithische bouwwerk dat ook in onze streken, vooral in Nederland, relatief vaak voorkomt en daar aangeduid wordt met de naam ‘hunnebed’.

Een hunnebed of dolmen is een megalithische (Grieks: mega = groot, lithos = steen) steenkamer uit de prehistorie die bestaat uit staande draagstenen, overdekt door platte dekstenen. Men neemt aan dat dolmen in de préhistorie de functie van grafkamer vervulden.

De pelgrimsroute tussen Faycelles en Cajarc (22,5 km), als onderdeel van de Via Podiensis, is ingeschreven op de werelderfgoedlijst van de UNESCO..

Na ongeveer 2 uur wandelen bereikten we Cajarc. Dit historische plaatsje, al bekend in de Romeinse geschiedenis, gelegen aan de rivier de Lot, kent een rijke, maar ook turbulente geschiedenis. De verschillende verwoestingen (o.a. de godsdienstoorlogen) hebben gemaakt dat er in Cajarc weinig meer over is van de rijke historie. Toch is Cajarc is in de loop der jaren een redelijk welvarend stadje gebleven, met looierijen, molens, fosfaatmijnen in de omgeving. Tegenwoordig is Cajarc het centrum van de saffraan-kweek in de Quercy. Voor ons bood dit plaatsje in elk geval de mogelijkheid om onze etensvoorraad voor onderweg aan te vullen (straks zouden we zelf onze maaltijd moeten bereiden). Een supermarktje, een bakker en een bankinstelling lagen binnen een straal van 100 meter bij elkaar. Blijkbaar was Cajarc ook voor een aantal Franse wandelaars de (voorlopige) eindbestemming. We namen afscheid van een aantal wandelaars die daar door La Malle Postale zouden opgehaald worden.

Cajarc

We verlieten Cajerc via de 14e eeuwse brug over de Lot en na een pittige klim konden we op weg naar Gaillac. Onmiddellijk na het binnenkomen van Gaillac buigt de Via Podiensis af en via een veldpad later overgaand in een bospad, stijgt onze route naar de Causse de Limogne, die zich uitstrekt tot voorbij Cahors. We blijven in onbewoond gebied wandelen, op enkele eenzaam gelegen boerderijen na, tot op onze bestemming die vlak aan de route ligt en behoort tot het grondgebied van St-Jean-de-Laur, een klein plaatsje aan de Jacobsweg.

we worden verwacht

Mas de Jantille

De eigenaars van Mas de Jantille, ook zij wandelden de camino, hebben op hun erf naast de eigen mas een gîte gebouwd met overnachtingsmogelijkheid voor een vijftiental pelgrims. Ondanks het feit dat alles er keurig uitziet, mooie keuken, eetkamer, zithoek en slaapruimte, is het een eerder onpersoonlijke en sfeerloze verblijfplaats. De eigenaars zijn ons weliswaar zeer behulpzaam met advies voor volgende overnachtingsmogelijkheden, maar na een samenzijn van een uurtje trekken ze zich terug met de mededeling dat het ontbijt morgenochtend klaar zal staan, maar zij er niet bij zullen zijn. We bereiden ons avondmaal, een eenvoudige pasta en delen die met de enige andere gast, een Duitse wandelaar uit Keulen. Hij is al geruime tijd geleden in Keulen vertrokken en is van plan naar Compostella te lopen. Volgens eigen zeggen legt hij elke dag ruim 40 kilometer af, een behoorlijke fysieke inspanning, zeker voor iemand die zwaar diabetespatiënt is.