15 juni 2012: van Terradillos naar Bercianos

Vanmorgen na het opstaan bleek dat ik de wandeling van gisteren niet al te best verwerkt had. Zware benen. In het wielermilieu spreekt men van ‘dikke benen’. Voorlopig moet ik accepteren dat mijn grens om en nabij de 25 km ligt, liefst iets minder. De laatste 5 km van vandaag, een etappe van 23 km, kwam ik nog nauwelijks vooruit.

Nochtans vlotte het eerste deel tot Sahagún behoorlijk. Een beduidend minder eentonig landschap met langs de boorden van de weg enorme hoeveelheden bloeiende brem (staat die bij ons niet eerder in bloei?). Nooit heb ik geweten dat brem zo lekker kan ruiken. De combinatie van de grote hoeveelheden brem, de relatief warme temperatuur en een wind die vanuit de ‘juiste’ richting blies, maakten dat ik, willen of niet, met regelmatige tussenpozen geprikkeld werd door een bijna bedwelmende, zoete, ook wat weëe golf van reuksensaties. De krachtig waaiende wind maakte dat aan het komen en gaan van dit parfum geen gewenning optrad, maar ik ieder keer opnieuw aangenaam ondergedompeld werd in dit geurenbad (oei, is dat niet een beetje overdreven lyrisch?)

Heerlijk geurende brem.

Sahagún is de eerste grote stad in de provincie Léon die de pelgrim aandoet. Vroeger stond deze stad bekend als het Spaanse Cluny omwille van zijn Benedictijnenklooster van San Benito. Dit klooster bood al in de middeleeuwen genereus onderdak aan bedevaarders op weg naar Santiago. Momenteel rest alleen nog de poort van dit memorabele klooster.

Kloosterpoort San Benito.

Bij het verlaten van Sahagún moet je over de stevige puente de Canto (brug). Vlak daarna is het goed even te verpozen in het schaduwrijke populierenbosje dat volgens de legende ontstaan is uit de speren van de christenen, die in een veldslag tegen de Moren om het leven kwamen.

IMG_1791-BorderMaker

Op verschillende plaatsen langs de weg heeft de Europese unie borden laten plaatsen met de boodschap dat de Camino tot het Europees erfgoed behoort en ‘Europa’ de ‘verfraaiing’ van de Camino stevig gesubsidieerd heeft. Even zo veel keren kom je borden tegen met het verzoek om de bewegwijzering langs de Camino ongemoeid te laten. Op het eerste oog een wat vreemd verzoek, maar het verhaal gaat dat op vele plaatsen de autochtone bevolking (o.a. de boeren), actie voeren tegen deze subsidieverlening. Zeker in tijden van crisis, die o.a. vooral Spanje treft, vindt men dat deze gelden een andere en betere bestemming verdienen.

‘Europa’ is nadrukkelijk aanwezig.

Omstreeks 14.00 uur bereikte ik de albergue in Bercianos, een voormalige pastoorswoning met een lemen gevel die typerend is voor deze streek. De plaatselijke pastoor beheert de albergue, bijgestaan door hospitaleiro’s. Een eenvoudig, maar zeer sfeervol onderkomen waar een donativo gevraagd wordt voor de overnachting. Ook op basis van een gift kon ik ’s avonds deelnemen aan de avondmaaltijd. Paëlla, bereid door de deelnemende pelgrims samen met de hospitaleiro’s.

Vóór de aanvang van de maaltijd werd er in alle aanwezige talen een dankwoord gesproken: Duits, Engels, Koreaans, Frans, Spaans, Italiaans en Vlaams. Van elke nationaliteit keeg één iemand het verzoek om de tekst in zijn taal voor te lezen.

IMG_1789-BorderMaker

Dankwoord in het Koreaans.

Na de royale maaltijd moest er gezongen worden. Ook nu weer moest iedereen een typisch liedje in de eigen landstaal zingen. Aangezien ik de enige Vlaams (Nederlands) sprekende was, zag ik het onheil al op me afkomen. Er was geen ontkomen aan. “De Belgica “…. en ik kreeg de afwasborstel als microfoon in de hand geduwd. Met een uiterst lamentabel ‘Ik zag twee beren broodjes smeren’ klaarde ik de klus waarop een, naar ik aanneem beleefd, applaus volgde.

Een uiterst gezellige, warme en onvergetelijke avond. Ook dat is de Camino.

Gastvrijheid’ is geen loos begrip voor deze hospitaleiro’s.