1 juli 2012: verblijf in Santiago de Compostela en uitstap naar Muxia en Finisterra

Vóór de hoogmis van 12.00 uur zat de kathedraal nokvol met hoofdzakelijk pelgrims die gisteren namiddag of deze voormiddag waren toegekomen. Je hoeft niet echt een ‘goed’ plekje te zoeken om uitzicht te hebben op het koor met altaar, want het koor bevindt in het midden van een kruisvorm (= kruiskerk), waar de 4 hoofdbeuken op uitgeven.

De plaats waar gisteren nog de botafumeira hing was nu leeg. Een bang vermoeden werd bewaarheid: vandaag geen botafumeiro. Van medepelgrims vernam ik dat er geen pijl op te trekken valt wanneer hij gebruikt wordt. Jammer en toch ook een beetje teleurstellend.

De dienst zelf nam ongeveer anderhalf uur in beslag en werd voorgegaan door de bisschop van Santiago, die de aanwezigen in verschillende talen toesprak en de namen van de landen noemde waar de pelgrims, die dit weekend Santiago bereikten, vandaan kwamen.

Na de dienst heb ik de crypte bezocht, waarin volgens de overlevering de beenderen van de H. Jacobus de Meerdere bewaard worden. Je moet een hele lange wachtrij trotseren om ook je hand op de schouder van het beeld van de H. Jacobus te mogen leggen, een pelgrimsgewoonte die sinds enkele jaren in de plaats kwam van de aanraking van een ander authentiek beeld dat door de vele aanrakingen onherstelbaar beschadigd dreigde te worden. Daarna heb ik de kaarsen ontstoken voor mijn persoonlijke intenties en voor de intenties van de mensen die mij hierom gevraagd hadden. ‘Kaarsen ontsteken’ mag je niet te letterlijk nemen, want in de gehele kathedraal kan er geen echte kaars meer opgestoken worden. In plaats daarvan zijn er tientallen ‘kaarsenaltaren’ waar je brandtijd koopt voor een elektrische kaars. Een maatregel die ik wel begrijpen kan gezien de schade die de roetaanslag van zo vele brandende kaarsen op het kostbare interieur kan veroorzaken.

In de namiddag heb ik deelgenomen aan een busuitstap naar Muxia en Finisterre. Voor de pelgrims die nog energie over hebben, bestaat de mogelijkheid om door te wandelen tot Finisterre.

de befaamde kilometerpaal 0 km te Finisterre

‘Finisterre’ dat letterlijk ‘einde van de wereld’ betekent, zo bedacht door de Romeinen die dachten dat de wereld hier ophield, is op één na het meest westelijk gelegen punt van het Iberisch Schiereiland en staat bekend om zijn dodelijke kust waar zelfs in het recente verleden schepen letterlijk op de klippen liepen. Voor de pelgrims die tot Finisterre gaan is dit ook de plek waar men ritueel afscheid neemt van de Camino door het verbranden van de wandelschoenen en/of andere wandelkleding.

vuurtoren bij Kaap Finisterre

kaap Finisterre, onderdeel van de Costa de la Muerte

brandresten van verbrande pelgrimsschoenen en -kleren

Vooraleer Finisterre aan te doen bezochten we de Muxia, een schilderachtige kustplaats die tevens ook één van de etappe-aankomsten is voor wie na aankomst in Finisterre terug wandelt naar Santiago via Muxia.

verraderlijke kust bij Muxia

kust Muxia

Muxia is verder bekend vanwege zijn spectaculaire kusten en maakt samen met Finisterre deel uit van de Costa de la Muerte. Dat ondervond in 2002 de olietanker Prestige die daar toen op de klippen liep en een immense olieramp veroorzaakte. Ter herinnering hieraan werd in 2003 een monument van de Spaanse beeldhouwer Alberto Fournier geplaatst.

A Feriada van Alberto Banuelos Fournier

Ten slotte werd er nog even halt gehouden bij Puente Maceira. Bij deze pittoreske brug zijn er nog altijd enkele watermolens in gebruik.

puente Maceira

stroomversnelling bij puente Maceira

watermolenhuisje